
Drs. Jaap Hollander is klinisch psycholoog, coach, therapeut en directeur/oprichter van het Instituut voor Eclectische Psychologie in Nijmegen. Aan hem vroeg JUIST waarom sommige mensen in de schulden raken en andere niet.
”Je hebt altijd mensen die meer uitgeven dan ze binnenkrijgen, en dat geldt niet alleen voor bijstandsmoeders maar ook voor advocaten en medisch specialisten. De problematiek bij beide verschilt niet wezenlijk.” Jaap Hollander weet waarover hij praat. Hij weet hoe de menselijke geest werkt. Hollander: ”Een computer kun je van scratch af opnieuw programmeren, maar de mens niet. In ons brein zijn de nieuwe systemen in de evolutie bij wijze van spreken altijd boven op de oude lagen geprogrammeerd. Je kunt de evolutie niet even onderbreken om een nieuw operating system te installeren. Dat betekent dat we alle lagen van de evolutie op een bepaalde manier nog in ons hebben: het reptielenbrein, het zoogdierenbrein en de neocortex. En de oude lagen werken door in hoe we ergens op reageren: dat doen we grotendeels vanuit het onbewuste - impulsief en emotioneel.” De lagere hersengedeelten spelen dus een niet te onderschatten rol, en we zijn ons er ook nog eens niet bewust van. Onder de behoeften die ons van daaruit besturen, zit een belangrijke groep die Hollander samenvat onder de noemer ’egobehoeften’. Hollander: ”De basale behoefte om gezien te worden, de manieren die je kunt hanteren om uit te stralen dat je belangrijk bent, dat je er mag zijn. Mensen associëren dat met zichtbaar bezit: als ik een mooie auto heb, vaak een rondje kan geven, dan stel ik iets voor.” Maar, zegt Hollander, het verraderlijke is dat we die irrationele kant verbergen, niet alleen voor anderen maar ook voor onszelf. ”Als je iemand dus vraagt hoe hij, met een mooie baan en een goed inkomen, toch twee ton aan schulden kon maken, dan zegt hij niet: dat komt omdat ik heel graag gezien wil worden, of: omdat ik heel gevoelig ben voor culturele normen. Dan komt hij met een rationeel verhaal: ”Ja, kijk, in ons bedrijf wordt heel erg gekeken met wat voor auto je voor komt rijden …” Ironisch: ”En dan móet je natuurlijk wel, dan is het eigenlijk bittere noodzaak.”
Explosieve cocktail
Een tekort op het gebied van de basisbehoeften doet zich volgens Hollander sinds de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw in onze samenleving niet meer voor. Op het gebied van recreatieve behoeften des te meer. ”Sociologen hebben al dertig jaar geleden geconstateerd dat basisbehoeften eindig zijn: je eet tot je vol zit, je kunt het niet steeds warmer stoken in je huis. Maar de recreatieve behoeften zijn altijd eindeloos. Een grotere televisie, een nieuwere auto, überhaupt een auto, een mobiel en teveel bellen. Het kan altijd gekker, kijk maar naar de miljonairsfair: als ik een jacht heb van tien miljoen euro, dan kan ik altijd nog naar mijn buurman kijken die een jacht heeft van 20 miljoen euro, en dus nog steeds het gevoel hebben tekort te komen.”
Eindeloze recreatieve behoeften in combinatie met een onbewuste drang naar zelfrealisatie: dat klinkt als een explosieve cocktail. Heeft voorlichten dan eigenlijk wel zin? Hollander: ”Hulpverleners kiezen standaard voor ’informeren’: mensen ervan op de hoogte stellen hoe je budgetten beter kunt beheersen, hoe je rekening houdt met bedragen die je moet reserveren voor onvoorziene uitgaven et cetera. Voor het merendeel van mensen helpt dat: als ze weten hoe iets moet, dan handelen ze daar naar. Maar er is ook een categorie mensen die twee kanten heeft: één kant die de dingen echt wel weet, maar een andere kant die daar niet gevoelig voor is, en juist die andere kant neemt de koopbeslissingen.”
Veel van de mensen die in de problemen komen, hebben volgens Hollander een kant van zichzelf die niet gevoelig is voor informeren. Wat kun je dan doen om hen te helpen? ”Waarschuwen werkt in ieder geval niet. Als iedereen aan je trekt om ander gedrag te vertonen - ’pas nou op, dat gaat mis’ - dan ga je automatisch het tegenovergestelde doen: de situatie relativeren, zeggen: ’het valt wel mee, het komt wel goed’. Moraliseren, mensen wijzen op de geldende normen, werkt nog slechter: hoe schuldiger mensen zich namelijk gaan voelen, hoe meer ze hun ego zullen willen versterken, wat weer gemakkelijk kan leiden tot koopgedrag.”
’Matchen’
Wat dan wel te doen? Hollander: ”Als ik het vanuit de coaching bekijk, dan is het meest voor de hand liggende om meer te gaan communiceren met dat gedeelte van jou dat vanuit het reptielenbrein opspringt en dingen gaat kopen. Dat kun je bijvoorbeeld doen met provocatieve coaching. Dus niet zeggen ’pas op’ maar juist: ’Maak je niet zo druk! Als je je huis uit moet, is er altijd wel iemand die nog een doos over heeft. Of ga in een container wonen: dat is gezellig want dan krijg je contact met allemaal mensen die net zo vrij en ongebonden leven als jij en die zich allemaal aan de rand van een stad bij een stortplaats verzamelen.’ Zo werkt provocatief coachen. Die oude reptielenlaag van je gaat zich teweer stellen, wordt actief en wil je het tegendeel laten zien.”
Is dat een manier van werken die ook bruikbaar is binnen de schuldhulpverlening? Dat gaat Hollander te ver. ”Ten eerste is het een specialisme. Niet iedereen kan het. Ten tweede zou het ook juridisch problemen kunnen veroorzaken, als een hulpverlener gaat zeggen: ’Maak maar meer schulden, goed zo’. Voor verstokte schuldenaren zie ik eigenlijk het meest in de methode waarmee Flanderijn werkt, namelijk ’matchen’. Dat is positief naar iemand kijken, zeggen ’wat jou gebeurt kan iedereen gebeuren, laten we eens kijken hoe we er samen uit kunnen komen, ik waardeer het al heel erg dat je mee wilt werken’. Dat lijkt soft maar het blijkt ook financieel heel effectief.”
Het zou in principe ook op een andere manier kunnen, door mensen te leren communiceren met die kant van hun onbewuste die steeds meer wil hebben. En dan te kijken hoe die kant op een andere, meer verantwoorde manier tevreden te stellen is. Daar zijn in NLP prachtige technieken voor. Alleen zal de doelgroep waar we het nu over hebben daar helaas negen van de tien keer niet voor gemotiveerd zijn.
Culturele norm
Volgens Hollander is armoede in onze tijd sterk gekoppeld aan culturele normen. ”Een moeder die in de schulden zat”, vertelt hij, ”noemde als moment waarop ze haar armoe het sterkst had gevoeld het moment dat ze met Sinterklaas een nieuwe onderbroek voor haar zoontje gekocht had, één met Donald Duck erop. Ze was ervan ondersteboven hoe blij haar zoontje met die onderbroek was geweest. Dat haar kind met zo iets kleins zo blij was, dat vond ze vreselijk. Hier zie je heel goed dat het niet gaat om basisbehoeften, maar om een culturele norm. Want het kind is blij, daar zou je toch als ouder ook blij van moeten worden, terwijl de moeder dat zelfde gegeven als een toppunt van armoede ervaart.”