Interview met Perry Luchtenburg en Perry Groenenberg over internationale incasso.

Crediteuren zien bij buitenlandse vorderingen vaak te snel af van het nemen van maatregelen, vinden Perry Luchtenburg en Perry Groenenberg van de afdeling Internationale Incasso van Flanderijn. Want lang niet altijd hoeft er geprocedeerd te worden in het land van de wanbetalende debiteur.
Maar hoe dan ook is internationaal incasseren vaak een zaak van de lange adem. ”We zijn in Nederland wat dat betreft nogal verwend.”
Anders dan vaak gedacht kunnen buitenlandse debiteuren in veel gevallen in Nederland worden aangepakt. En anders dan vaak gedacht blijken buitenlandse debiteuren, die worden opgeroepen om in Nederland voor de rechter te verschijnen, vaak alsnog te betalen, of ten minste een betalingsregeling te treffen. ”In een aantal gevallen kun je gewoon in Nederland procederen”, zegt Perry Luchtenburg van de afdeling Internationale Incasso, het Rotterdamse expertisecentrum dat voor de hele Flanderijn-organisatie de internationale incassotrajecten beheert.
”Bijvoorbeeld als partijen vooraf zijn overeengekomen dat op de overeenkomst bij uitsluiting Nederlands recht van toepassing is, of een andere bepaling hebben opgenomen waaruit blijkt dat geschillen uitsluitend worden berecht door de bevoegde rechter in de Nederlandse vestigingsplaats van de verkoper. En zo is er nog een aantal gevallen die in principe een Nederlands vonnis opleveren dat direct in het buitenland kan worden tenuitvoergelegd. Dat geldt voor alle lidstaten van de Europese Unie en voor Zwitserland, Noorwegen en IJsland.”
Appeltje eitje dus, dat internationaal incasseren? ”Dat is te mooi voorgesteld”, zegt Luchtenburg’s collega Perry Groenenberg. ”Er zitten nogal wat haken en ogen aan het verhaal en er moet aan veel voorwaarden zijn voldaan. Daarover kunnen we opdrachtgevers overigens vooraf adviseren. Maar dan nog: er zijn grote verschillen tussen de rechtssystemen, binnen en zeker buiten Europa. Neem Frankrijk: ieder kanton heeft zijn eigen regelgeving waardoor we niet met één partner zaken kunnen doen. Of Groot-Brittannië, waar niet zoiets als een gemeentelijke basisadministratie bestaat en debiteuren dus heel gemakkelijk ongezien kunnen verhuizen. En dan zwijg ik nog over de landen in Oost-Europa.”
Altijd proberen
Binnen de afdeling Internationale Incasso is veel expertise en ervaring met het incasseren van vorderingen in het buitenland. Volgens Luchtenburg en Groenenberg is dat vaak nog onvoldoende bekend bij opdrachtgevers. ”We zijn ervan overtuigd dat veel opdrachtgevers het er snel bij laten zitten als een debiteur in het buitenland niet betaalt. En dat is niet goed, want dat werkt in de hand dat buitenlandse debiteuren inderdaad niet betalen in de verwachting dat hun crediteur toch niet in hun land gaat procederen. Wij zeggen dus: altijd proberen”, aldus Luchtenburg.
Voorwaarde is wél dat de basis van de vordering goed is, zegt Groenenberg. ”Soms gaat het fout omdat er niet de juiste leveringsvoorwaarden zijn toegepast, er geen getekende overeenkomst is of essentiële documenten zoek zijn geraakt. Als we dat constateren brengen we een negatief advies uit, want de kans op een goede afloop is dan wel heel klein.”
Een andere reden voor koudwatervrees bij opdrachtgevers zou wel eens de kosten kunnen zijn, want een internationaal incassotraject is doorgaans een stuk duurder dan een vergelijkbaar traject in Nederland. Dat komt omdat in het buitenland vaak de tussenkomst van een advocaat nodig is om toegang te krijgen tot de rechter. Daarnaast duren procedures sowieso vaak veel langer in andere landen en willen rechtbanken sommige documenten vertaald zien. ”We zijn in Nederland wat dat betreft nogal verwend”, zegt Luchtenburg. ”In vergelijking met veel andere landen is ons rechtsbestel zeer toegankelijk en zijn de termijnen meer dan redelijk. Bovendien is het bij ons vanzelfsprekend dat je ook de incassokosten kunt vorderen. In veel landen kun je alleen de hoofdsom incasseren en draai je zelf op voor de kosten die je daarvoor moet maken. Toch kiezen opdrachtgevers daarvoor, want beter 70% van de vordering na aftrek van kosten, dan helemaal niets.”
Flanderijn Internationale Incasso voert zowel b-2-b als b-2-c trajecten uit. Groenenberg: ”We werken voor bankinstellingen, internationale transportbedrijven maar ook voor zorgverzekeraars die nog geld krijgen van bijvoorbeeld geremigreerde cliënten. Het is niet in algemene termen te zeggen wanneer het rendabel is om een internationaal incassotraject te starten: dat hangt erg af van het land in kwestie. In alle gevallen voeren we eerst een onderzoek uit en geven we vooraf zo goed mogelijk aan wat de kosten zullen zijn. Maar voorkomen is beter dan genezen: opdrachtgevers die eerst hun licht willen opsteken over zakendoen in het buitenland kunnen bij ons advies krijgen over de belangrijkste do’s and don’ts op het gebied van debiteurenbeheer.”
Korte lijnen
Flanderijn Internationale Incasso neemt de behandeling van internationale dossiers niet over van de Flanderijn-vestigingen, maar levert advies en ondersteuning op de achtergrond. De kantoren kunnen dus gewoon met de eigen opdrachtgever blijven communiceren over de voortgang. Een belangrijke pijler onder de aanpak zijn de korte directe lijnen met gerechtsdeurwaarders en advocaten in het buitenland: er worden geen tussenpartijen zoals kredietverzekeraars ingeschakeld. De afdeling kan direct telefonisch communiceren met debiteuren in de belangrijkste Europese talen, maar via medewerkers bij de diverse kantoren ook bijvoorbeeld in het Pools. Alle standaardbrieven zijn vertaald, waarbij ook de lay-out met de zakelijke gegevens.
Europese executoriale titel
Voor niet betwiste schuldvorderingen is het sinds 2005 eenvoudiger geworden om een in Nederland verkregen vonnis in het buitenland te executeren. Op grond van de ’Verordening tot het invoeren van een Europese executoriale titel voor niet betwiste schuldvorderingen’ (afgekort EET-Vo) wordt namelijk een in één van de lidstaten gegeven rechterlijke beslissing in alle andere lidstaten erkend. Dat wil zeggen: zonder verdere controle of toetsing van het vonnis door een buitenlandse rechter. Het enige dat de rechter toetst is of het gaat om een onbetwiste schuldvordering en of de dagvaarding deugdelijk aan de debiteur is betekend. Als een vonnis buiten de EU moet worden geëxecuteerd of indien verweer is gevoerd in de procedure, dan vindt wel een controle door een buitenlandse rechter plaats - onder meer ten aanzien van de vraag of het vonnis niet in strijd is met de nationale rechtsorde. Ook dan echter is het de rechter niet toegestaan om het vonnis inhoudelijk opnieuw te beoordelen.