Kleinere ondernemers zijn nog huiverig om zaken te doen over de grenzen. Volgens gerechtsdeurwaarders Leo Netten en Jos Uitdehaag van de internationale vereniging van gerechtsdeurwaarders UIHJ, gaat gerichte wetgeving en digitalisering hierin verandering brengen.

Veel ondernemers ervaren zaken doen over de grens nog steeds als een sprong in het diepe. Dat heeft vooral te maken met de beperkte mogelijkheden om verhaal te halen als blijkt dat de rekening niet wordt betaald. Een kredietverzekering is natuurlijk een mogelijkheid, maar dat kost geld. In het buitenland procederen is een alternatieve, maar zo mogelijk nog duurdere optie - die bovendien maar al te vaak op niets uitloopt.
Maar er is goed nieuws: de EU werkt hard aan de juridische eenwording, zodat wanbetalers zich niet meer achter de Europese grenzen kunnen verschuilen. Dit betekent een stimulans voor ondernemers én gerechtsdeurwaarders, zegt Leo Netten, voorzitter van de internationale vereniging van gerechtsdeurwaarders UIHJ. ”Het wordt steeds eenvoudiger om een incassoprocedure te starten in het buitenland. Een belangrijke stap is de invoering van een Europees dwangbevel geweest. Een vonnis dat bijvoorbeeld in Oostenrijk wordt uitgesproken, moet gewoon in alle andere EU-landen worden uitgevoerd, weliswaar volgens de lokale regels, maar zonder extra rechtszaken en bijbehorende kosten.”
In landen waar de gerechtsdeurwaarder een vergelijkbaar hoog niveau heeft als die in Nederland levert dat doorgaans weinig problemen op. Het wordt echter een ander verhaal als een debiteur in Oost-Europa gevestigd is, zegt Jos Uitdehaag, expert op het gebied van het internationaal burgerlijk procesrecht en bestuurslid van de UIHJ.
”De wetgeving in het voormalige Oostblok stamt nog deels uit de oude socialistische tijd, wat inhoudt dat een wanbetaler altijd nog een beetje gepamperd wordt. Toch zijn ook daar grote veranderingen ingezet. Vooral in Polen functioneren gerechtsdeurwaarders al op een behoorlijk niveau. In Roemenië, dat pas sinds kort EU-lid is, zal het wat langer duren om het juridische systeem naar EU-standaarden op te krikken. De corruptie tiert daar nog welig, zodat het maar de vraag is of je ondanks een Europees dwangbevel daadwerkelijk je geld terugziet.”
Beslag leggen op buitenlands tegoed Een helder en goed functionerend juridisch systeem is een noodzakelijke voorwaarde voor ondernemers en investeerders om in een bepaald land zaken te willen doen. Natuurlijk kan ook de EU geen volledige garantie geven dat vorderingen altijd geïncasseerd worden, maar Brussel probeert wel ondernemers zoveel mogelijk zekerheid te bieden. ”Momenteel bereidt de EU een Europees bankbeslag voor”, zegt Netten. ”Het is immers bijna onmogelijk om beslag te laten leggen op de rekening van een wanbetaler in bijvoorbeeld Roemenië - zelfs als je zeker weet dat hij er geld op heeft staan. En als het al lukt, dan duurt het zo lang dat het geld allang is weggesluisd. Straks kan echter een Nederlandse rechter op aanvraag van een hier gevestigde ondernemer binnen enkele dagen beslag leggen op tegoeden in Roemenië. Dit verhoogt de kans dat een schuldeiser zijn geld krijgt aanzienlijk.”
Behalve via wetgeving bevordert de EU succesvolle incasso door de mogelijkheden van de elektronische snelweg te ontsluiten. Zo is er een digitaal juridisch netwerk opgezet waarmee gerechtsdeurwaarders rechtstreeks met elkaar kunnen communiceren. ”Een Nederlandse deurwaarder hoeft voor een cliënt met een debiteur in Sofia niet meer het vliegtuig te pakken”, zegt Netten. ”Hij benadert via het interne netwerk snel een betrouwbare collega in Sofia, met wie hij gegevens uitwisselt. De Bulgaarse gerechtsdeurwaarder kan vervolgens actie ondernemen. Een debiteur reageert nu eenmaal veel sneller op een aanmaning van een lokale gerechtdeurwaarder dan van iemand uit het buitenland.”
De komende tijd zullen ook steeds meer registers aan dit netwerk gekoppeld worden. Te denken valt aan het bevolkingsregister, het handelsregister en het kadaster. ”Met een Europees vonnis op zak kunnen we dan controleren of een debiteur wel over voldoende financiële middelen beschikt voordat we een vordering proberen te innen”, zegt Uitdehaag. ”Als ik nu bijvoorbeeld wil weten of een Nederlandse debiteur een vakantiewoning in Spanje of Italië heeft is dat lastig uit te zoeken, omdat we nog geen toegang tot het kadaster hebben. Over een jaar kan een gerechtsdeurwaarder die gegevens wel online inzien. Uiteindelijk zal digitalisering de Europese incassokosten voor een ondernemer verlagen, zelfs als een Nederlandse gerechtsdeurwaarder beroep doet op een buitenlandse collega. De EU heeft namelijk bij wet geregeld dat gerechtsdeurwaarders geen buitenproportionele kosten mogen maken, ook in het buitenland niet.”
Nieuwe Europese wetgeving
Als ondernemers steeds vaker de Europese grens overgaan, ontkomen deurwaarders er niet aan om hen te volgen. ”Opdrachtgevers willen hun vorderingen toch liefst bij één kantoor onderbrengen, ongeacht de locatie van hun debiteuren”, zegt Uitdehaag. ”Je ziet nu al dat gerechtsdeurwaarders zich in het kielzog van de nieuwe Europese wetgeving verdiepen in Europese incasso. Ook tijdens de opleiding wordt hieraan al veel aandacht besteed. Deurwaarders zullen straks heel efficiënt hun weg moeten vinden in het uitdijende Europese juridische systeem. Hoe beter deurwaarders zich daarin specialiseren, hoe beter voor het vertrouwen in ons vakgebied. Daar varen we allemaal wel bij.”