Voordat uw klant te maken krijgt met een gerechtelijke procedure, zijn er vaak al de nodige acties ondernomen om hem tot betalen te krijgen. 

Denk aan herinneringen, aanmaningen en sommaties die u of uw incassopartner per brief of e-mail heeft verstuurd. Of aan telefoongesprekken om met uw klant een betaaloplossing te bereiken. Ook is uw klant ‘officieel’ in gebreke gesteld en is het in rekening brengen van incassokosten aangezegd. Indien dit alles niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, kan er worden overgegaan tot een gerechtelijke procedure. 

Zo’n procedure start met het afgeven (betekenen) van een dagvaarding door de gerechtsdeurwaarder aan de niet-betalende klant. Het doel van zo’n procedure is om de rechter de klant te laten veroordelen tot het betalen van de openstaande vordering en de gemaakte kosten. Met het vonnis kan de schuldeiser verdere stappen ondernemen om de vordering te incasseren. De gerechtsdeurwaarder legt het vonnis ten uitvoer. Denk hierbij aan beslag op het inkomen of op het saldo van de bankrekening of bijvoorbeeld aan beslag op de auto of gedwongen verkoop/executie van een woning. 

Dit zijn maatregelen met (veelal) ingrijpende gevolgen. Beslaglegging op het inkomen kan er immers voor zorgen dat nieuwe schulden ontstaan. Daarom wordt voor het starten van een gerechtelijke procedure goed gekeken of de klant wel verhaal biedt. Daarnaast vindt er een goede afweging plaats of de te maken kosten in verhouding staan tot het te incasseren bedrag. Die afwegingen vinden ook nog plaats nadat de rechter uitspraak heeft gedaan.  

In Nederland is het zo geregeld dat de niet-betalende klant de incassokosten, de proceskosten en de deurwaarderskosten moet betalen. Dit betekent niet dat je als schuldeiser geen kostenrisico loopt. Wanneer het uiteindelijk niet lukt om deze kosten op de klant te verhalen kunnen deze geheel of gedeeltelijk voor rekening komen van de opdrachtgever. Hierover moet de incassopartij met de opdrachtgever afspraken maken. Gelukkig is het wel zo dat in de meeste gevallen (meer dan 70%) de kosten geheel door de schuldenaar worden betaald.  

Voor het starten van een gerechtelijke procedure wordt in sommige gevallen vooraf een voorschot gevraagd aan de opdrachtgever. Dit is verplicht op basis van voor de gerechtsdeurwaarder geldende regelgeving. Het voorschot is bedoeld als dekking voor zogenaamde out of pocketkosten. Denk hierbij aan griffierechten of aan kosten voor een takelbedrijf om bijvoorbeeld een auto weg te slepen. Deze kosten maakt de deurwaarder altijd in overleg, zo kan je zelf bepalen of je het eens bent met het voorschot. Bij het succesvol afronden van de incassering, krijg de schuldeiser het voorschotbedrag terug. 

Het duurzaam oplossen van betalingsachterstanden is een win-win situatie voor klanten en opdrachtgevers van Flanderijn. Want wat betekent het voor u als opdrachtgever (schuldeiser) als klanten niet meer terugkeren in betalingsachterstand? Wat bespaart u dat aan kosten in uw eigen debiteurenproces en wat levert u een verlaging van de DSO op? Wilt u weten hoe wij dit doen? Laat u vrijblijvend informeren over de mogelijkheden. Flanderijn levert oplossingsgerichte en duurzame minnelijke- en gerechtelijke incassoprocessen.

Meer weten over onze incassoprocessen? Bekijk het hier.

Meer over onze incassodiensten